VerbouwStart Renovatie

Hoe goed is jouw gemeente?

Drie gemeten feiten per gemeente, uit drie officiële bronnen. Geen rapportcijfer, wel de cijfers.

Wat je betaalt (verordening 2026), hoe lang je wacht (bekendmakingen 2025) en wat het loket kost en aan leges opbrengt (jaarrekening 2024). Zoek je gemeente en zie ze naast elkaar.

Hoe goed is jouw gemeente voor verbouwers?

Dat is te meten, maar niet in één rapportcijfer. Drie dingen zijn per gemeente gemeten: wat je betaalt (de legesverordening), hoe lang je wacht (de tijd tussen aanvraag- en besluitpublicatie) en wat het loket kost en aan leges opbrengt (de eigen jaarrekening, via de verplichte Iv3-levering). De verbanden ertussen zijn kleiner dan je zou denken: wie meer betaalt wordt niet sneller geholpen, het tarief staat los van wat het loket kost én van hoeveel daarvan terugkomt, en gemeenten die per inwoner meer uitgeven publiceren juist iets trager. Zoek je gemeente op en zie de drie cijfers naast elkaar, elk met bron en peildatum.

Liever gewoon een lijst? De 78 gemeenten met alle drie de metingen staan gerangschikt op de beste gemeente om te verbouwen.

Wat er landelijk uit de jaarrekeningen komt

Alle Nederlandse gemeenten samen gaven in 2024 1.803 miljoen euro uit aan de directe lasten van het taakveld wonen en bouwen, en inden 669 miljoen aan leges en andere rechten: 37%. Maar het gemiddelde verbergt de spreiding, en die is fors: van 20,2% (tien procent van de gemeenten zit daaronder) via een mediaan van 46,6% tot 95,4% bij de bovenste tien procent. Bij 32 gemeenten brachten de leges meer op dan alle directe lasten van het taakveld.

Wat dat laatste wel en niet betekentMeer leges dan directe taakveldlasten is niet automatisch een verboden winst. De wettelijke toets (artikel 229b Gemeentewet) loopt over de geraamde baten en lasten van de hele verordening, inclusief overhead die in dit cijfer buiten beeld blijft. Wat er wel staat: in die gemeenten betaalt de verbouwer het volledige directe taakveld, en meer. Hoe de gemeente dat verantwoordt, staat in de paragraaf lokale heffingen van haar begroting.

De drie verbanden, gemeten in plaats van gevoeld

Betalen koopt geen snelheid. Over 85 gemeenten is de samenhang tussen legeshoogte en wachttijd verwaarloosbaar (rangcorrelatie 0,073); de volledige meting staat op leges en snelheid.

Het tarief zweeft los van de boekhouding. Het hangt niet samen met wat het taakveld kost per inwoner (rangcorrelatie 0,06) en ook niet met het dekkingspercentage (0,112). Een hoog tarief is dus geen teken van een duur loket en ook niet aantoonbaar een keuze om meer door te berekenen: uit de cijfers is de tariefkeuze niet te verklaren, en dat maakt hem wat hij is, een politieke keuze van de raad.

Meer uitgeven gaat samen met trager publiceren. Over 277 gemeenten is de samenhang tussen lasten per inwoner en de mediane publicatie-tot-publicatietijd 0,239 (betrouwbaarheidsinterval 0,122 tot 0,351), en dat blijft staan zonder de grote steden en binnen elke groottegroep apart. Voorzichtig lezen: gemeenten met grote bouwopgaven geven meer uit én hebben complexere dossiers. Het is een samenhang, geen bewezen oorzaak.

Waarom hier geen rapportcijfer staat

Eén cijfer voor "hoe goed" vraagt een weging: telt een week wachten zwaarder dan vijfhonderd euro leges, en hoe zwaar telt het dekkingspercentage? Elke keuze daarin is te verdedigen en dus ook aan te vallen, en een score verstopt hem. De drie feiten naast elkaar zijn eerlijker én bruikbaarder: wie haast heeft weegt de wachttijd, wie krap zit het tarief. De spreiding per feit en de gemeten verbanden hierboven zijn de conclusies die wel hard te maken zijn.

Methode en bronnen

Het tarief komt uit de legesverordeningen 2026, per gemeente nagerekend op een bouwsom van €50.000 (legesverschillen). De wachttijd is de mediane tijd tussen de bekendmaking van de aanvraag en die van het besluit, kalenderjaar 2025, en nadrukkelijk niet de wettelijke beslistermijn (de volledige meting). De jaarrekening-cijfers komen uit de verplichte Iv3-levering van elke gemeente (CBS-tabel 45067NED, jaarrekening 2024, taakveld 8.3, peildatum 2026-08-22): leges en andere rechten als baten, en de directe lasten zonder reservemutaties. De opzet, de uitkomsten en het red-team-verdict staan in het openbare onderzoekslogboek (hypothese H006).

Wat anderen vragen

Is er ook een ranglijst?

Ja, sinds kort: op de pagina beste gemeente om te verbouwen staan de 78 gemeenten met alle drie de metingen gerangschikt. Elke positie draagt daar een band die laat zien wat er verschuift als je de drie maten anders weegt, want die weging is een keuze; alleen de nummer 1 en de nummer laatst staan bij elke weging op hun plek. Deze pagina blijft de plek voor de feiten per gemeente, ook voor de honderden gemeenten die niet in de lijst passen.

Wat is het dekkingspercentage precies?

De leges die de gemeente op het taakveld wonen en bouwen int, gedeeld door de directe lasten van dat taakveld, uit de jaarrekening 2024 (Iv3). Het is een benadering: het taakveld bevat naast vergunningverlening ook bouwtoezicht en woonbeleid, en overhead telt niet mee. Het is dus nadrukkelijk niet de wettelijke kostendekkendheid uit de paragraaf lokale heffingen; wel is het overal op dezelfde manier berekend, en daarom tussen gemeenten te vergelijken.

Mag een gemeente meer leges innen dan het loket kost?

Bij 32 van de 335 gemeenten brachten de leges in 2024 meer op dan alle directe lasten van het taakveld. Dat is niet automatisch verboden: de wettelijke toets (artikel 229b Gemeentewet) zegt dat de geraamde baten van de verordening als geheel niet boven de geraamde lasten mogen uitgaan, en daar telt overhead wel in mee. Hoe jouw gemeente die toets invult, staat in de paragraaf lokale heffingen van haar eigen begroting.

Koopt meer gemeentegeld snellere besluiten?

Nee, eerder andersom: over 277 gemeenten hangt meer uitgeven per inwoner samen met trager publiceren (rangcorrelatie 0,239), en dat blijft staan zonder de grote steden en binnen elke gemeentegrootte apart. Wat we niet kunnen scheiden: gemeenten met grote bouwopgaven geven meer uit én hebben complexere dossiers. Het is een samenhang, geen oorzaak.

Mijn gemeente ontbreekt bij een van de drie cijfers. Hoe kan dat?

Elk cijfer heeft zijn eigen dekking. Het tarief is voor 100 gemeenten nagerekend op de verordening; de wachttijd is alleen meetbaar waar genoeg aanvragen aan besluiten te koppelen zijn (289 gemeenten); de jaarrekening-cijfers zijn er voor vrijwel alle gemeenten, behalve zes die geen bruikbaar legescijfer op dit taakveld boekten. Waar een cijfer ontbreekt, zegt de kaart waar je het wel vindt.

Deze cijfers gebruiken in je eigen artikel?

Dat mag, ook commercieel, zolang je de bron vermeldt met een link. Deze regel kun je direct overnemen:

Bron: VerbouwStart, Leges, wachttijd en loketkosten per gemeente (peildatum 2026-08-22), https://www.verbouwstart.nl/hoe-goed-is-jouw-gemeente/